Ik hoor de /u/, maar ik schrijf de e.
Dagelijks dictee op papier
Inloggen
Ik hoor de /j/, maar ik schrijf de i.
Ik hoor /sg/, maar ik schrijf sch.
De medeklinker blijft hetzelfde.
Na een lange klank neem ik een klinker weg.
Twee woorden aan elkaar. Elk woord heeft zijn eigen categorie en regel.
Ik zet puntjes op de klinker om de klanken te splitsen.
Ik gebruik een koppelteken waar twee woorddelen gescheiden moeten worden.
Ik hoor /oe/, maar ik schrijf ou.
Dit woord staat niet op de ei-plaat: ik schrijf ij.
Twee woorden aan elkaar. Elk woord heeft zijn eigen categorie en regel.
Ik onthoud de bijzondere spelling van het leenwoord.
Dit woord staat niet op de ei-plaat: ik schrijf ij.
De klank verandert in de verleden tijd of het voltooid deelwoord. Deze leer ik uit mijn hoofd: lopen – liep – gelopen.
Twee woorden aan elkaar. Elk woord heeft zijn eigen categorie en regel.
Twee woorden aan elkaar. Elk woord heeft zijn eigen categorie en regel.
Twee woorden aan elkaar. Elk woord heeft zijn eigen categorie en regel.
Ik schrijf de tussen-e volgens de samenstellingsregel.
Ik onthoud de bijzondere spelling van het leenwoord.
Ik schrijf de é met een streepje.
Ik hoor een klank die ik niet schrijf.
Na een lange klank neem ik een klinker weg.
Ik schrijf het grondwoord met -je, -tje of -pje.
De klank verandert in de verleden tijd of het voltooid deelwoord. Deze leer ik uit mijn hoofd: lopen – liep – gelopen.
Ik maak het woord langer om te horen of ik d of t schrijf.
De medeklinker blijft hetzelfde.
Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
Ik schrijf ee, oo, eu.
Ik hoor de /u/, maar ik schrijf de e.
Hij verhuist of hij is verhuisd? Staat er is, heeft of wordt bij? Dan is het een voltooid deelwoord.
- 8.700+ woorden van groep 4 t/m 8
- 79 categorieën elk met de Staal-regel
- 1 dictee per dag met jouw foutwoorden